• NL
 


Schrijf u in op onze nieuwsbrieven

Email adres * 
Naam
Voornaam
Bedrijf
 

Mag u beschadigde goederen zomaar weggooien? – 31/05/2017

De kost van verloren gegane goederen is in principe fiscaal aftrekbaar. De aankoopfactuur blijft aftrekbaar. Ook de btw op deze verloren gegane goederen moet niet worden terugbetaald.

Bij een fiscale controle moeten de aangekochte materialen min de verkopen op factuur overeenkomen met uw jaarlijkse inventaris. Indien voorraden niet terug te vinden zijn op uw uitgaande facturen, dan gaat de controleur er al snel vanuit dat u winsten bent vergeten aan te geven.

Om dit te vermijden kan u best zo veel mogelijk bewijsstukken verzamelen wanneer er bijvoorbeeld een grote hoeveelheid goederen beschadigd geraken, die u niet meer kan verkopen.  U kan dit door bijvoorbeeld foto’s te nemen van de beschadigde of verloren gegane goederen, door een expertiseverslag van de verzekering voor te leggen, … 


Terugbetaling van kosten zonder bewijsstukken? – 31/05/2017

Wanneer u als bedrijfsleider of werknemer bepaalde kosten zou voorschieten voor uw bedrijf of werkgever, dan krijgt u deze uiteraard graag terugbetaald.  Het betreffen hier immers kosten die voor uw bedrijf/werkgever beroepskosten zijn, en die zij dus in haar belastingaangifte mag inbrengen.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan een bedrijfsleider die hun administratie opvolgen vanuit een bureau in hun privé-woning, een werknemer die voor zijn werkgever met zijn eigen wagen naar klanten of leveranciers rijdt, parkingtickets tijdens beroepsverplaatsingen, …

Voor veel van deze kleine kosten is het vaak ook een hele rompslomp om hiervan de nodige bewijsstukken bij te houden.  De fiscus aanvaardt daarom dat kleine kosten die moeilijk bewijsbaar zijn op forfaitaire basis mogen worden geraamd.  Bovendien heeft de RSZ zelf een lijst opgesteld met forfaitaire bedragen die zij in principe aanvaarden voor deze kosten. (bv km-vergoeding: 0,3363 EUR/km ; kosten voor parkeertickets: 15,00 EUR/mnd, …)

De volledige lijst kan u via deze hyperlink terugvinden:

Forfaits terugbetaling werknemers

Deze bedragen zijn maximumbedragen.  Indien er meer kosten gedaan zouden worden, dan dienen deze effectief aangetoond te worden aan de hand van bewijsstukken.  Bovendien moet uiteraard ook wel kunnen aangetoond worden dat de persoon die deze kostenvergoeding krijgt terugbetaald, ook effectief geacht wordt hier werkelijke uitgaven voor gedaan te hebben.  Of en hoeveel kosten er aan een bedrijfsleider/werknemer mogen worden terugbetaald, dient dus geval per geval bekeken te worden.  Bespreek dit in dat geval dus zeker met uw dossierbeheerder.


Enkele tips voor een correcte facturatie – 31/05/2017

Wanneer moet ik een factuur opstellen?

Indien u factureert aan een zelfstandige, dan moet u altijd een factuur opstellen. Aan particulieren moet in principe geen factuur worden opgesteld, maar hierop zijn enkele uitzonderingen van toepassing: de verkoop of herstelling van auto’s, diensten rond verhuizing of meubelbewaring en de verkoop van gebouwen en werken eraan.

Wat moet er zeker op mijn factuur staan:

- Datum van uitreiking van de factuur
- Volgnummer: elke factuur moet een uniek, opeenvolgende nummering krijgen (er mogen geen factuurnummers ontbreken).
- Uw identificatiegegevens: naam, rechtsvorm, adres, btw-nummer,
- Plaats van rechtspersonenregister (enkel van toepassing op vennootschappen)
- Identificatiegegevens van de klant: naam, rechtsvorm, adres, btw-nummer (enkel indien de klant btw-plichtig is)
- Datum belastbaar feit: datum van de levering van het goed of dienst
- Duidelijke omschrijving van de geleverde goederen of diensten, hoeveelheid, eenheidsprijs,…(vermijd vage omschrijvingen als “diverse leveringen” of “geleverde prestaties”
- Per BTW tarief de maatstaf van heffing
- Btw-tarieven: 0%, 6%, 12% of 21%
- Totaalbedrag van de factuur = maatstaf van heffing + btw
- Op elke creditnota moet volgende vermelding staan: “btw terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht (art. 4 &1 3° KB nr. 4)”

Naast de verplichte zaken, is het aan te raden om een aantal bijkomende vermeldingen op de factuur te zetten.  Denk hierbij bijvoorbeeld aan uw bankrekeningnummer, de betalingsvoorwaarden, eventuele algemene voorwaarden, …

Alle facturen dienen gedurende een termijn van 7 jaar te worden bijgehouden. Facturen betreffende de aankoop van een nieuw onroerend goed moeten gedurende 15 jaar worden bewaard.


De fiscale deadlines voor aanslagjaar 2017 zijn gekend – 31/05/2017
 

Aangifte

Papieren

Elektronisch

Via mandataris

Personenbelasting

29/06/2017

13/07/2017

26/10/2017

Belasting niet-inwoners – natuurlijke personen

09/11/2017

7/12/2017

7/12/2017

Vennootschapsbelasting

27/09/2017 (*)

27/09/2017

27/09/2017

Belasting niet-inwoners vennootschappen

27/09/2017 (*)

27/09/2017

27/09/2017

Rechtspersonenbelasting

27/09/2017 (*)

27/09/2017

27/09/2017

 

(*) het is enkel mogelijk om een papieren versie in te dienen in geval van overmacht.

Biztax zal op 1 juni 2017 worden geopend voor aanslagjaar 2017.

Tax-on-web zal op 14 september beschikbaar zijn voor de belasting niet-inwoners – natuurlijke personen aanslagjaar 2017.


Mag een werknemer de toegang tot beroepslokalen weigeren? – 31/05/2017

In principe moet elke belastingplichtige de fiscus vrije toegang verlenen tot de beroepslokalen waar rechtspersonen hun werkzaamheden uitoefenen. Echter is uit een rechtspraak van het hof van beroep onlangs gebleken dat deze regel niet geldt voor een werknemer.

Deze uitspraak komt er nadat een dienster aan fiscale ambtenaren de toegang heeft geweigerd tot de kelder van een drankgelegenheid. Omdat het hier geen publiek toegankelijke ruimte betreft, mag de toegang geweigerd worden.

Hierbij geven we u nog even de algemene regeling mee:

Natuurlijke of rechtspersonen zijn gehouden aan de ambtenaren van de Administratie (mits aanstellingsbewijs) toegang te verlenen tot de beroepslokalen waar rechtspersonen hun werkzaamheden uitoefenen. Dit kunnen allerlei lokalen zijn: fabriek, kantoor, werkplaats, werkhuis, magazijn, bergplaats, garage, …

Ambtenaren kunnen slechts toegang krijgen tot particuliere woningen mits zij hier toegang toe krijgen en dat enkel van 5u00 ’s morgens tot 21u00 ’s avonds, mits bewijs dat ze gemachtigd zijn door de rechter in de politierechtbank.

Deze regel is dus, volgens het Hof van Beroep, enkel van toepassing op de belastingplichtige zelf en niet op zijn/haar bedienden, aangestelde, partners of familieleden.


Kan u als aannemer verantwoordelijk gesteld worden voor het verkeerd aanrekenen van het 6% BTW tarief – 30/04/2017

Als u als aannemer werken uitvoert voor een particulier aan een privé-woning ouder dan 10 jaar, dan kan dit in vele gevallen aan het BTW-tarief van 6%. Bent u als aannemer hierbij dan ook altijd ingedekt als u uw klant een attest laat tekenen waarin hij bevestigt dat aan deze voorwaarden voldaan is? Recent werd hierover in een bepaalde zaak uitspraak gedaan door het Hof van Beroep te Antwerpen:

In de zaak in kwestie ging het over werken die uitgevoerd waren aan een loods, maar waarbij de opdrachtgever (klant) wel in een attest had verklaard dat de werken uitgevoerd werden aan een gebouw voor privé-bewoning. De rechter heeft in deze zaak geoordeeld dat de aannemer zich niet achter het ondertekende attest van zijn klant kon verschuilen en minstens een gedeelde verantwoordelijkheid droeg, aangezien hij wist (of had moeten weten) dat het gebouw in kwestie niet voor bewoning bestemd was en dus niet voldaan was aan de voorwaarden om 6% toe te passen.

De BTW zelf is wel altijd te dragen door de eindgebruiker, zodat de aannemer het verschil in BTW tussen de aangerekende 6% en de verschuldigde 21% wel bij zijn klant kan navorderen, maar volgens de rechter draagt de aannemer samen met zijn klant de gedeelde verantwoordelijkheid voor de opgelegde boete, en dienden ze dus elk op te draaien voor de helft van deze boete.

Dit arrest moet bijgevolg een waarschuwing zijn voor alle aannemers die aan een verlaagd tarief moeten factureren: het attest is niet voldoende om ook van alle aansprakelijkheid inzake de boetes en intresten ontslagen te zijn, als u als aannemer weet (of had moeten weten) dat niet aan de voorwaarden voor het tarief van 6% voldaan is.

Wat als ik mijn sociale bijdragen te laat betaal? – 30/04/2017

Als zelfstandige ondernemer bent u gehouden tot het betalen van sociale bijdragen. U ontvangt elk kwartaal van het sociaal verzekeringsfonds een uitnodiging tot betaling. Deze betaling dient uiterlijk de laatste dag van het kwartaal ontvangen te zijn door het sociaal verzekeringsfonds.

Indien u uw sociale bijdragen toch niet tijdig heeft betaald, dan zullen er verhogingen worden aangerekend. Deze verhoging bedraagt 3 % op het openstaande saldo. De verhoging zal elk kwartaal opnieuw worden aangerekend tot datum van volledige betaling.

Heeft u op 31 december nog steeds onbetaalde sociale bijdragen, dan zal er een extra eenmalige verhoging van 7 % worden aangerekend. In uitzonderlijke omstandigheden kan een verhoging worden kwijtgescholden, maar daarvoor moet een gemotiveerde aanvraag tot kwijtschelding worden ingediend bij uw sociaal verzekeringsfonds. Deze aanvraag zal enkel in zeer uitzonderlijke omstandigheden goedgekeurd kunnen worden.

Het vergeten te betalen van uw sociale bijdragen is een dure zaak, volg zo goed mogelijk uw betalingen op om extra kosten te vermijden.

Een nieuw briefje van 50 euro, wat zijn de verschillen? – 30/04/2017

Vanaf begin april zijn de nieuwe briefjes van 50 euro in de omloop, maar hoe kan u nu controleren of u een echt briefje van 50 euro heeft ontvangen. Dit kan door de voel, kijk en kantel methode toe te passen.

Voel: op verschillende plaatsen is er voelbare inkt aangebracht. De voorkant van het briefje heeft zowel helemaal links als rechts voelbare streepjes op het briefje. Ook de oranje/bruine grote letters 50 zijn met voelbare inkt aangebracht.

Kijk: wanneer u het bankbiljet tegen het licht houdt, dan is het portretraampje (een klein vak aan de linkerkant waarvan u de tekening die rechts in de band voorkomt kan terugvinden) zichtbaar geworden. Er is ook een veiligheidsdraad in het midden van het briefje die bij licht tevoorschijn komt.

Kantel: in de zilveren band op uw bankbiljet zit een doorzichtig raampje met een portret van Europa, maar ook het smaragdgroene cijfer 50 links op uw bankbiljet zal een lichteffect vertonen wanneer u het bankbiljet op en neer beweegt.

Wat met uw personeel indien u (zelfstandige met een eenmanszaak) langdurig ziek valt? – 30/04/2017

Wanneer u langdurig ziek valt blijft de arbeidsovereenkomst van uw werknemers toch gewoon doorlopen, waardoor u verplicht bent om uw werknemers de overeengekomen arbeid te verschaffen. U kan beroep doen op een vervangende ondernemer (die in orde is met de reglementering) om uw zaak draaiende te houden indien u zelf niet in staat bent om te werken.

Voor het ziekenfonds vormt het geen probleem dat uw zaak blijft draaien. Het is wel belangrijk dat u zelf niet actief bent in uw onderneming voor zolang u ziekte-uitkeringen ontvangt, tenzij u een goedkeuring krijgt van het ziekenfonds om uw persoonlijke activiteit te hernemen met behoud van uitkeringen. U moet nog steeds sociale bijdragen betalen tijdens deze periode.

Indien u uw personeel geen werk meer kunt verschaffen, dan aanvaardt de RVA in sommige gevallen deze situatie als een vorm van overmacht waardoor uw werknemers een uitkering voor tijdelijke werkloosheid genieten.

De nieuwe debetintrest voor aanslagjaar 2017 – 31/03/2017

Wanneer de vennootschap geld heeft geleend aan de bedrijfsleider (vaak is dit de ‘debetstand van de rekening-courant’, dan moet de bedrijfsleider hiervoor een intrest betalen aan zijn vennootschap. Deze intrestvoet wordt elk jaar opnieuw vastgelegd bij KB. Voor aanslagjaar 2017 bedraagt deze intrestvoet 9,27 %.

Tarieven investeringsaftrek voor aanslagjaar 2018 zijn bekend – 31/03/2017

Investeringen die aan bepaalde voorwaarden voldoen geven recht op een investeringsaftrek die gelijk is aan een percentage van de aanschaffings- of beleggingswaarde van die investeringen.

Voor aanslagjaar 2018 zijn deze percentages als volgt:

 

Alle vennootschappen

Kleine vennootschappen

Natuurlijke personen

Digitale investeringen

 

13,5 %

13,5 %

Octrooien, milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling, energiebesparende investeringen en rookafzuig- of verluchtings-systemen in horeca-inrichtingen

13,5 %

13,5 %

13,5 %

 

Investeringen in beveiliging

 

20,5 %

20,5 %

Andere investeringen

 

8 %

8 %

Investeringen tot aanmoediging van hergebruik van verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten

3 %

3 %

 


Kan ik persoonlijk aansprakelijk gesteld worden zonder belast te zijn met het dagelijks bestuur? – 31/03/2017

In principe zijn de bestuurders die zijn belast met de dagelijkse leiding van de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor het voldoen van de btw. Deze hoofdelijke aansprakelijkheid kan worden uitgebreid naar de andere bestuurders van de vennootschap indien een fout wordt aangetoond die heeft bijgedragen tot de tekortkoming.

Het herhaaldelijk niet betalen van de verschuldigde btw is een fout voor de bestuurder die is belast met het dagelijks bestuur. Indien de fiscus kan bewijzen dat er in hoofde van de bestuurder die niet werd belast met het dagelijks bestuur ook een fout werd begaan, die heeft bijgedragen tot de niet-betaling van de btw, dan kan deze bestuurder ook aansprakelijkheid uitgebreid worden.

Mag ik mijn klanten verbieden om met cash te betalen? – 31/03/2017

Omwille van tijdsbesparing, vermijden van fouten bij het teruggeven van wisselgeld, veiligheid, … kiezen meer en meer zelfstandigen ervoor om hun klanten enkel nog met de kaart te laten betalen. Echter kan u als handelaar uw klanten niet verplichten om met de kaart te betalen, geld blijft nog steeds een wettelijk betaalmiddel en mag u daarom niet zomaar weigeren.

In bepaalde gevallen mag u als handelaar toch weigeren om cash betalingen te ontvangen:

  • Als een bankbiljet beschadigd is of u vermoedens heeft dat het een vals biljet betreft
  • Als u onvoldoende wisselgeld in de kassa heeft
  • Wanneer het biljet niet in verhouding staat met de aankoop (bv. een aankoop van 2 euro betalen met een biljet van 500 euro). U mag als betaling weigeren als het aankoopbedrag minder bedraagt dan 50 % van de waarde van het biljet
  • Omwille van veiligheidsredenen (bv. wanneer er op korte tijd verschillende overvallen zijn gebeurd in de buurt). Deze maatregel mag u slechts tijdelijk nemen en moet duidelijk worden aangegeven in de zaak.

U kan natuurlijk in plaats van cash betalingen te verbieden, uw klanten ook aanmoedigen om met de kaart de betalen door bv. een kleine korting te geven op elektronische betalingen.

Nieuw in de aangifte personenbelasting voor aanslagjaar 2017 – 31/03/2017

Deze week is het nieuwe aangifteformulier voor de personenbelasting gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Door een enorme aangroei van alweer 75 codes is de aangifte dit jaar opnieuw veel ingewikkelder geworden.

De belangrijkste wijziging in de aangifte personenbelasting betreft het vak voor de intresten en kapitaalaflossingen van leningen. Leningen aangegaan in 2016 vallen onder de gewestelijke woonbonus. Elk gewest heeft hier ondertussen zijn eigen regeling voor uitgewerkt, met dus voor elk gewest afzonderlijke codes als gevolg. Door het uitbreiden van de woningfiscaliteit dreigen veel mensen voordelen te verliezen door deze niet correct in de aangifte in te vullen. Enige kennis van zaken, of eventueel bijstand door een accountant bij het invullen van de aangifte is dus zeker aan te raden.

Mensen die voltijds in dienst zijn in de horeca zullen vanaf nu hun vrijgestelde overuren moeten aangeven. Daarnaast zijn er voor elk nieuw tarief in de roerende voorheffing (5%, 17% of 27%) aparte codes voorzien. Verder zijn er nieuwe codes voorzien voor de taxshelter voor startende ondernemingen en de speculatietaks.

Vanaf 2016 kan er geen gebruik meer worden gemaakt van de vermindering voor inbraak- en brandbeveiliging en ook de aftrek voor energiebesparende uitgaven verdwijnt uit de aangifte.

Voor vragen hierover kan u uiteraard steeds terecht bij uw dossierbeheerder.

Geen voorschotten meer voor BTW-kwartaalaangiftes – 28/02/2017

Vorige maand hebben we u laten weten dat er een wijziging zat aan te komen in verband met de voorschotten voor BTW kwartaalaangevers. Intussen zijn de KB’s in kwestie aangepast en is het definitief dat kwartaalaangevers vanaf 1 april 2017 (de BTW over het eerste kwartaal van 2017) in de loop van het jaar geen voorschotten meer moeten betalen. In analogie met de maandaangevers moet er wel over het laatste kwartaal een voorschot betaald worden, uiterlijk 24 december. Dit voorschot is ofwel gelijk aan de verschuldigde BTW voor de handelingen van 1 oktober tot en met 20 december, ofwel gelijk aan de verschuldigde belasting met betrekking tot het derde kwartaal.

Voordeel aangerekend voor gebruik verwarming en elektriciteit in 2017 – 28/02/2017

Het voordeel van alle aard voor gratis verwarming en elektriciteit wordt sinds 2010 geïndexeerd.

De geïndexeerde bedragen voor aanslagjaar 2018 werden onlangs bekendgemaakt.

Deze tarieven bedragen:

 

Verwarming

Elektriciteit

Leidinggevend personeel

€ 1.950,00

     € 970,00

Niet-leidinggevend personeel

  € 880,00

     € 440,00

 Nieuwe tarieven voor bekendmaking van akten in het Belgisch Staatsblad – 28/02/2017

Vanaf 1 maart 2017 zullen er nieuwe tarieven gelden voor het bekendmaken van een akte in het Belgisch Staatsblad. Volgende tarieven zijn van toepassing vanaf 1 maart 2017:

 

Tarieven voor een onderneming            
Bedrag incl. BTW

Tarieven voor een VZW       
Bedrag incl. BTW

Oprichting op papier

€ 270,44

€ 187,19

Oprichting elektronisch

€ 218,41

€ 135,28

Wijziging op papier of elektronisch

€ 158,63

€ 126,93

 Fiscaal gunstregime voor deeleconomie – 28/02/2017

Platformen van de deeleconomie, zoals Uber, Airbnb, … kunnen vanaf 1 maart 10% bedrijfsvoorheffing inhouden op wat mensen via hen verdienen. Op die manier moeten wordt er een einde gesteld aan de onzekerheid over of en hoe de inkomsten moeten worden belast van het grote aantal mensen dat op die manier een centje wil bijverdienen.

Mensen die hun diensten aanbieden via dergelijk platform (bv een extra kamer verhuren via Airbnb, op hun vrije dagen mensen vervoeren met hun eigen wagen via Uber, …) moeten nu zelf geen inschrijving meer nemen in de KBO, geen BTW-aangiftes doen, … (op voorwaarde dat het platform waarvoor ze werken erkend is door de FOD Financiën, en de bedrijfsvoorheffing van 10% inhoudt en doorstort aan de fiscus). Het maximaal bedrag aan inkomsten dat iemand via dit systeem mag verdienen, bedraagt (voor 2017) 5.100,00 euro

De inhouding van 10% op het brutobedrag van de ontvangsten, geldt meteen als ‘bevrijdend’, wat wil zeggen dat hier verder geen belastingen meer op verschuldigd zijn. De inkomsten moeten nog wel vermeld worden op het aangifteformulier in de personenbelasting. Dit om de fiscus in staat te stellen om te controleren of een belastingplichtige niet boven de grens van 5.100 euro zou komen (indien hij bv inkomsten uit verschillende van dergelijke activiteiten zou halen)

Deze regeling is enkel van toepassing op particulieren. Een BTW-plichtige (door het uitvoeren van een andere activiteit) kan in geen geval profiteren van deze voordelige regeling.

Het geregistreerd kassasysteem in de horeca – 28/02/2017

Ondanks het feit dat de “witte kassa” al sinds begin 2016 (na een paar keer te zijn uitgesteld) verplicht is voor alle horecazaken die een omzet van meer dan 25.000 euro halen uit de verkoop van bereide voeding, is er pas recent een administratieve circulaire gepubliceerd met verduidelijkingen over verschillende aspecten van het geregistreerd kassasysteem in de horeca (de “witte kassa”). Deze betreffen de verplichte vermeldingen op een BTW-kasticket, het eenmalig afdrukken van een vereenvoudigd BTW-kasticket en de verplichtingen voor het aanmaken van een factuur uit het kassasysteem.

Elke gebruiker van het geregistreerd kassasysteem moet een identificatienummer krijgen waaraan het identificatienummer van de sociale zekerheid is gelinkt. Voor vragen hierover kan u uiteraard steeds terecht bij uw dossierbeheerder.

Vlaamse belastingvermindering voor dakisolatie afgeschaft - 31/01/2017

Vanaf 1 januari 2017 is er geen fiscale aftrek meer mogelijk voor dakisolatie in Vlaanderen. Tot 31/12/2016 werd er een belastingvermindering van 30 % op het factuurbedrag toegestaan met een maximum van € 3.070,00. Vanaf aanslagjaar 2018 zal de belastingvermindering in Vlaanderen worden opgeheven. Er is een overgangsregeling voorzien voor contracten die in 2016 werden aangegaan, maar waarvan de betaling pas in 2017 wordt gedaan mits betaling van een voorschot in 2016. Contract aangegaan vanaf 1 januari 2017 kunnen niet meer gebruikt worden voor de belastingvermindering.

Bedrijfswagens nog maar eens duurder in 2017 - 31/01/2017

De laatste jaren is er al verschillende malen gesleuteld aan het systeem van 'voordelen in natura' voor bedrijfswagens.  vanaf 1 januari 2017 komt er nog maar eens een wijziging, die de bedrijfswagens voor de zoveelste keer zwaarder zal belasten. Indien u (of uw personeel) met een wagen van de vennootschap rijdt, en die wagen ook voor privé-verplaatsingen mag gebruiken, dan wordt u (of uw personeel) daarop belast onder de vorm van een voordeel in natura.  dit voordeel wordt forfaitair geraamd, in functie van enerzijds de cataloguswaarde van de wagen, en anderzijds de CO2-uitstoot. Bovenop de belasting voor de gebruiker van de wagen, werd er tot en met 2016 ook voor de vennootschap een belasting berekend op dit voordeel in natura.  Concreet kwam dit er op neer dat de belastbare basis van de vennootschap werd verhoogd met een bedrag gelijk aan 17% van het voordeel in natura van de bedrijfswagen(s).  Vanaf 1 januari 2017 wordt de belastbare basis van de vennootschap niet meer verhoogd met 17% van het voordeel in natura, maar met 40% (!!).  Het mag dan ook duidelijk zijn dat de keuze voor een 'fiscaal vriendelijke' bedrijfswagen in de toekomst dus steeds belangrijker zal worden.  Voor vragen hierover kan u uiteraard steeds terecht bij uw dossierbeheerder.

Geen voorschotten meer voor BTW-kwartaalaangiftes - 31/01/2017

Op dit moment moet elke belastingplichtige die verplicht is tot het indienen van BTW-kwartaalaangiftes een voorschot betalen uiterlijk op de 20ste van de tweede en derde van de maand voor 1/3 van de btw die u verschuldigd was voor het voorgaande kwartaal. Vanaf 1 april 2017 zijn deze belastingplichtigen niet meer verplicht om maandelijks een voorschot te betalen. de voorschotten van februari en maart 2017 zijn dus in principe de laatste maandelijkse voorschotten.  wel moet er in december nog een voorschot betaald worden over de handelingen van het vierde kwartaal (vergelijkbaar met het systeem van de decembervoorschotten voor maandaangevers)

Voorafbetalingen inkomsten terug interessant? - 31/01/2017

Zelfstandigen en bedrijven die gedurende het jaar nog geen voorafbetaling doen aan belastingen over hun (geraamde) winst van dat boekjaar, krijgen normaal een vermeerdering aangerekend. De afgelopen jaren was het percentage van die vermeerdering echter zo sterk gedaald (voor 2016 was dit 1,125%), dat men zich de vraag kon stellen of het nog wel zin had om effectief voorafbetalingen te doen.  (men was zijn geld vaak twee jaar eerder 'kwijt' aan de fiscus, en als achteraf bleek dat de effectieve winst lager lag dan de geraamde winst, en men dus in feite reeds te veel betaald had, kreeg men op dit 'overschot' geen intrestvergoeding).  Zelfstandigen en bedrijven betaalden de laatste jaren dan ook minder en minder vooraf. voor inkomstenjaar 2017 wordt het tarief van de vermeerdering opgetrokken van 1,125% naar 2,25%.  deze verhoging, samen met het feit dat de spaarrekening niets meer opbrengt, maakt het misschien wel weer interessant om vooraf te betalen?  Spreek er over met uw dossierbeheerder.   Merk op dat voor startende zelfstandigen de verhoging de eerst drie jaar niet van toepassing is.

Nieuw systeem Vlaamse woonbonus - 16/04/2016

Vanaf 1 januari 2016 wordt de voorwaarde ‘enige woning’ geschrapt. Zo dient de eigen woning niet meer de enige woning te zijn om in aanmerking te komen voor de gewestelijke woonbonus. Het nieuwe stelsel van deze woonbonus wordt ook wel de geïntegreerde woonbonus genoemd. Het basisbedrag van deze woonbonus wordt vastgesteld op 1.520 euro. Enkel de kapitaalaflossingen en intresten van de enige en eigen woning komen in aanmerking voor het verhoogd maximumbedrag. Hierbij wordt het basisbedrag verhoogd met 760 euro gedurende de eerste 10 belastbare tijdperken en met 80 euro bij 3 kinderen ten laste.

Hiernaast zijn er nog 2 wijzigingen betreffende de eigen woning. Voortaan zal de woonbonus in aanmerking komen voor de uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk zijn gedaan voor de woning die op dat moment de eigen woning is. Ook de vroegere uitzonderingen (contractuele belemmeringen, beroepsredenen of redenen van sociale aard,…) blijven van toepassing op de geïntegreerde woonbonus. Het tarief van de belastingvermindering geïntegreerde woonbonus zal eveneens 40% blijven bedragen.

 
Flexi-jobs in de horeca - 02/04/2016

Sinds 1 december 2015 is in de horeca een nieuwe gunstmaatregel ingevoerd, dit ter compensatie van het Geregistreerd Kassasysteem. De gunstregel, die werd ingevoerd, is de zogenaamde flexi-job. Om een werknemer in te schrijven via het systeem van flexi-jobs moet de werknemer minstens voor 4/5 bij één of meerdere andere werkgever(s) werken. Voor deze berekening wordt er gekeken naar drie kwartalen terug. De werknemer moet dus 3 kwartalen terug minstens 4/5 van een voltijdse functie gewerkt hebben bij een andere werkgever. De gunstmaatregel bestaat erin dat de bezoldigingen, verkregen met het uitoefenen van flexi-jobs, zijn vrijgesteld van personenbelasting en van persoonlijke sociale bijdragen (lees: onbelast bij de werknemer). De werkgever moet er enkel een bijzondere patronale bijdrage van 25% op betalen. Deze bijzondere bijdrage is daarenboven voor de werkgever aftrekbaar als beroepskost. Om van de flexi-job gebruik te kunnen maken, moet de werkgever enkel onder het paritair comité van het hotelbedrijf vallen. Het hebben van het Geregistreerd Kassasysteem is echter geen vereiste. 


Nieuwe BTW-regeling voor bestuurders-vennootschappen - 19/03/2016

Wanneer een vennootschap bestuurder/zaakvoerder was in een andere vennootschap, en in die hoedanigheid een vergoeding kreeg voor haar mandaat, dan mocht deze vennootschap in de praktijk tot voor kort kiezen of over deze vergoeding al dan niet BTW gerekend werd. In principe was een vennootschap die dergelijke bestuurdersvergoedingen aanrekende aan andere vennootschappen per definitie BTW-plichtig en diende zij dus steeds BTW aan te rekenen op haar vergoedingen. Hierop bestond echter een administratieve tolerantie vanwege de BTW-administratie, die deze vennootschappen in de praktijk toeliet te kiezen of ze haar vergoedingen met of zonder BTW aanrekende.

Deze administratieve tolerantie werd nu onder druk van Europa afgeschaft met ingang van 1 januari 2016 (ondertussen uitgesteld tot 1 juni 2016). Vanaf dan hebben vennootschappen dus niet meer de keuze om hun bestuurdersvergoedingen met of zonder BTW aan te rekenen, en dient dit steeds mét BTW te gebeuren.

Voor BTW-plichtige vennootschappen verandert er in de praktijk meestal niets. Indien een vennootschap bestuurdersvergoedingen aanrekende aan een BTW-plichtige vennootschap, gebeurde dit namelijk meestal nu reeds mét BTW (de BTW-plichtige vennootschap kon de aangerekende BTW op de bestuurdersvergoedingen toch in aftrek brengen, en op die manier kon ook de vennootschap-bestuurder de BTW op haar kosten in aftrek brengen).

Voor niet BTW-plichtige vennootschappen die bestuurdersvergoedingen toekende aan andere vennootschappen, betekent dit echter een serieuze meerkost. Voortaan zal zij namelijk BTW moeten betalen op de bestuurdersvergoedingen, terwijl ze als niet BTW-plichtige vennootschap deze BTW utieraard niet in aftrek kan nemen.

Eventueel kan het oprichten van een BTW-eenheid hier een oplossing bieden.



Wijzigingen aan de regeling omtrent de “witte kassa” - 5/03/2016

Toen in 2009 het BTW-percentage op voeding (voor verbruik ter plaatse) werd verlaagd van 21% naar 12%, kondigde de regering meteen ook aan dat deze maatregel vergezeld zou worden van een systeem om de ‘zwarte omzet’ in de horeca aan te pakken. Er zou namelijk een “witte kassa” komen. Na het zoveelste uitstel, werd de witte kassa dan vanaf 1 januari 2015 geleidelijk aan ingevoerd in de horeca: Uitbaters van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt en traiteurs die regelmatig cateringdiensten verrichten zouden vanaf dan een Geregistreerd Kassasysteem (GKS) moeten gebruiken indien 10% van de totale omzet uit de horeca-sector gehaald wordt uit het ter plaatsen aanbieden van maaltijden. Zij zijn dan verplicht om btw-kastickets uit te reiken door middel van het Geregistreerd Kassasysteem. Bovenvermelde 10%-regel werd vernietigd door de Raad Van State en ondertussen heeft de regering deze grens vervangen door een drempelomzet van 25.000 euro. Vanaf 1 januari 2016 geldt deze GKS-verplichting dus voor elke uitbating waarvan de omzet uit consumptie van maaltijden 25.000 euro overschrijdt. De ondernemingen die door de nieuwe regel voor het eerst vallen onder dit systeem, moeten zich registreren voor 31 maart 2016 en het GKS moet ten laatste actief zijn op 31 december 2016.

De fiscus heeft ondertussen aangekondigd dat ze de komende maanden controles zullen uitvoeren bij de horecazaken die zich ten onrechte nog niet geregistreerd hebben voor de witte kassa.

 

Nieuwe regels BTW-opeisbaarheid - 20/02/2016

Vanaf 1 januari 2016 zal de factuurdatum opnieuw bepalen op welk ogenblik de BTW opeisbaar wordt en bijgevolg wanneer deze BTW moet worden opgenomen in de BTW-aangifte. De BTW wordt namelijk opeisbaar op het tijdstip waarop de factuur wordt uitgereikt en dit ongeacht het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. Concreet betekent dit dat er dus opnieuw BTW dient aangerekend op voorschotfacturen/ Indien de factuur niet op tijd wordt uitgereikt, zal de BTW opeisbaar zijn op de 15de dag van de maand volgend op de maand waarin het belastbaar feit heeft plaatsgevonden. Indien er een voorschot wordt ontvangen, zal de BTW opeisbaar blijven bij ontvangst hiervan en dit ongeacht of de goederen of diensten reeds werden geleverd/verricht. Betreffende de leveringen aan particulieren, waarvoor normaal geen factuur moet worden uitgereikt, blijft de oude regeling behouden. Hier blijft de BTW opeisbaar op het tijdstip van betaling.



Aanpassing ouderdomsvereiste betreffende renovatie van privéwoningen - 6/02/2016

Voor ‘werken in onroerende staat’ aan privé woningen kan onder bepaalde voorwaarden het verlaagd btw-tarief van 6% van toepassing zijn.

Één van deze voorwaarden was tot voor kort dat de woning minstens 5 jaar oud moest zijn op het moment dat de werken werden uitgevoerd. Deze ouderdomsvereiste wordt vanaf 12 februari 2016 opgetrokken naar 10 jaar.

Er werd in een overgangsmaatregel voorzien. Indien de woning minder dan 10 jaar oud is, maar minstens 5 jaar oud is, blijft het verlaagd tarief echter nog van toepassing bij voldoen aan volgende 2 voorwaarden. De eerste voorwaarde is dat de aanvraag tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning of een melding te laatste op 11 februari 2016 is ingediend. De tweede voorwaarde is dat de aannemer de facturen uitreikt ten laatste op 31 december 2017.



Nieuwe drempel vrijstelling kleine ondernemingen - 23/01/2016

Kleine ondernemingen kunnen van een vrijstellingregeling van BTW genieten.  Dit houdt in dat zij geen BTW moeten aanrekenen aan hun klanten, en ook niet gehouden zijn om BTW-aangiftes in te dienen.  Anderzijds hebben zij dan ook geen recht op aftrek van de BTW op hun inkomende facturen.

Om als kleine onderneming aanzien te kunnen worden, mag de jaaromzet een bepaalde drempel niet overschrijden.  Deze drempel bedroeg tot voor kort 15.000 euro, maar is vanaf 1 januari 2016 opgetrokken naar 25.000 euro op jaarbasis.  De ondernemingen die in het jaar 2015 een omzet hebben gerealiseerd lager dan 25.000 euro, konden reeds vanaf 1 januari 2016 opteren voor de vrijstellingsregeling. De betrokken ondernemingen moesten echter tegen uiterlijk 15 december 2015 hun keuze doorgeven aan het bevoegd BTW-controlekantoor. Door de verhoging van de drempel, zullen heel wat meer ondernemingen de keuze hebben om van de vrijstellingsregeling te kunnen genieten. Zij kunnen eveneens vanaf 1 juli 2016 instappen in de vrijstellingsregeling door hun keuze over te maken tegen uiterlijk 1 juni 2016.

Zoals hierboven aangegeven is dit systeem een keuzestelsel, een onderneming kan er dus steeds voor kiezen om aan de normale regels onderworpen te worden. Aangezien een vrijgestelde kleine onderneming geen recht heeft op aftrek van de BTW op haar kosten en investeringen, is het immers niet altijd voordelig om voor de vrijstelling te kiezen. Ook worden een aantal belastingplichtige uitdrukkelijk uitgesloten van deze vrijstellingsregeling. De belangrijkste uitzonderingen zijn belastingplichtige die geregeld werk in onroerende staat verrichten (“bouw”) en zij die geregeld goederen en diensten leveren met verplichte uitreiking van een kasticket gekoppeld aan het geregistreerd kassasysteem (“Horeca”).

Twijfelt u of u dankzij deze verhoogde drempel in aanmerking komt voor de vrijstellingsregeling, en of deze regeling in uw geval al dan niet voordelig kan zijn, neem dan contact op met uw dossierbeheerder.  We wegen dan samen met u de voor- en nadelen tegen elkaar af.